De gehoorsontwikkeling is van het grootste belang. Tracht zoo vroeg mogelijk toon en toonsoort te herkennen. De bel, de vensterruit, de koekoek - ga na, welke tonen zij aangeven.

Ge moet vlijtig toonladders en andere vingeroefeningen spelen. Er zijn echter vele lieden, die meenen daarmee alles te bereiken en tot op hun hoogsten ouderdom dagelijks verscheidene uren besteden aan het spelen van mechanische oefeningen. Dat is ongeveer hetzelfde, alsof men tracht het A-B-C dagelijks al vlugger en vlugger te leeren opzeggen. Gebruik uwen tijd beter.

Speel in de maat! Het spel van menigen virtuoos is als de loop van een beschonkene. Hen moet ge nooit tot voorbeeld nemen.

Leer spoedig de grondtrekken der Harmonie.

Maak u niet beangst voor de woorden: theorie, generale bas, contrapunt enz.; zij komen u vriendelijk tegemoet, als ge hen hetzelfde doet.

Slepend spelen en jagen zijn even groote fouten.

Tracht gemakkelijke stukken goed en mooi te spelen; dat is beter dan moeilijke middelmatig voor te dragen.

Draag vooral zorg, dat uw instrument steeds goed gestemd is.

Ge moet uwe muziek niet alleen met de vingers kennen, maar ge moet ze ook zonder piano in u opnemen. Ontwikkel uw voorstellingsvermogen zoodanig, dat ge niet slechts de melodie van een compositie maar ook de daarbij behoorende harmonie in't geheugen weet te houden.

Tracht, al hebt ge ook weinig stem, zonder hulp van uw instrument van het blad te zingen; uw gehoor zal daardoor steeds toenemen. Maar als gij een mooie stem hebt, verzuim dan geen oogenblik met haar te ontwikkelen. Beschouw haar als het schoonste geschenk, dat de hemel u gegeven heeft.

Ge moet het zoover brengen, dat ge de muziek op papier begrijpt.

Als ge speelt, moet het u onverschillig zijn, wie toehoort.

Speel steeds, alsof een meester uw toehoorder is.

Als ge een nieuwe compositie gaat spelen, lees haar dan eerst over.

Zoek het nooit in de vaardigheid, de zoogenaamde bravour. Tracht van een compositie slechts dien indruk weer te geven, dien de componist bedoeld heeft; al wat meer is, wordt caricatuur.

Beschouw het als iets leelijks, in de werken van goede componisten iets te veranderen, weg te laten, of zelfs nieuwerwetsche versieringen aan te brengen. Dit is de grooste beleediging, die gij de kunst kunt aandoen.

Ge moet langzamerhand de beste werken van alle belangrijke meesters leeren kennen.

Laat u door het succes, dat zoogenaamde groote virtuozen dikwijls oogsten, niet op een dwaalspoor brengen. De bijval der kunstenaars moet u meer waard zijn, dan die der groote massa.

Laat geen gelegenheid voorbijgaan, als ge met anderen kunt samenspelen, in duo's, trio's, enz. Daardoor wordt uw spel vloeiend, krachtig. Ook zangers moet ge dikwijls accompagneeren.

Als iedereen eerste viool zou willen spelen, zouder we geen orkest bij elkaar krijgen. Acht daarom elken musicus, welken plaats hij ook vervult.

Heb uw instrument lief, houd het echter niet in uw ijdelheid voor het hoogste en eenige. Bedenk, dat er nog andere even mooie zijn. Bedenk ook, dat er zangers zijn, dat koor en orkest de hoogste uitdrukking der muziek zijn.

Als ge ouder wordt, ga dan meer om met partituren, dan met virtuozen.

Speel veel fuga's van goede meesters, vooral van Johan Sebastiaan Bach. Het "Wohltemperirte Clavier" moet uw dagelijksch brood zijn. Dan zult ge zeker een goed kunstenaar worden.

De studie der Muziekgeschiedenis, gesteund door het oplettend aanhooren van de meesterweken der verschillende tijdperken, zal u het spoedigst van eigenwaan en ijdelheid genezen.

Maar wat beteekent dan toch muzikaal zijn? Ge zijt het niet, als ge angstig op de noten tuurt en uw stukje met moeite speelt; evenmin, als ge (iemand slaat bijvoorbeeld twee bladen tegelijk voor u om) blijft steken, en niet meer voort kunt. Ge zijt zulks echter wel, wanneer gij bij een nieuw stuk ongeveer kunt vermoeden, wat er komen zal, bij een u bekend stuk, dit van buiten weet. In één woord: als ge de muziek niet allen in uw vingers hebt, maar in hoofd en hart.

Hoe wordt men echter muzikaal? De hoofdzaken: een fijn gehoor en vlug begrip zijn een gave. Men kan echter den aanleg vormen en verbeteren. Ge wordt het niet, door u dagenlang op te sluiten, en mechanische oefeningen te spelen, maar wel, door te verkeren in veelzijdig-muzikale kringen, vooral met koor en orkest.

Luister met aandacht naar alle volksliederen; zij zijn een bron der schoonste melodieën en doen u een blik werpen in het karakter der verschillende naties.

Ge moet het oude hoogachten, maar ook het nieuwe een warm hart toedragen. Wees niet voor-ingenomen tegen u onbekende namen.

Oordeel niet over een compositie, na haar slechts eenmaal gehoord te hebben; wat u in't eerste oogenblik bevalt, is niet altijd het beste. Meesters moeten bestudeerd worden.

"Melodie" is de oorlogskreet der dilettanten, en zeer zeker, muziek zonder melodie, is geen muziek. Begrijp echter goed, wat ze daarmee bedoelen: een gemakkelijk te begrijpen, rythmisch-aangename, verstaan zij daaronder. Er zijn er echter ook anderen, en waar ge Bach, Mozart, Beethoven openslaat, treft ge ze op duizend verschillende manieren aan; van de gebrekkige eentonigheid, vooral van nieuwere Italiaansche opera-melodieën zult ge, hoop ik, spoedig genoeg krijgen.

't Is wel aardig, als ge bij de piano melodietjes bij elkaar zoekt. Komen de melodietjes echter vanzelf, niet bij de piano, verheug er u dan nog meer over. Dan wordt in u de aandrang tot componeeren wakker: - De vingers moeten volbrengen wat het hoofd wil, niet omgekeerd.

De wetten der zedenleer zijn ook die der kunst.

Door vlijt en volharding zult gij het steeds verder brengen.

Eerst dan, wanneer u de vorm duidelijk is, zal ook de geest u duidelijk worden.

Men is nooit uitgeleerd.   (Vertaling Felix Augustin.)